Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
sport [n]
- Laufen [n]
fysische activiteit [v]
- gehen
mechanisch [v]
- laufen
- in Betrieb sein
water [v]
- fließen
vloeistof [v]
- strömen
beweging [v]
- rennen
- laufen
sport [v]
- rennen
ENGELS
sport [n]
- running
fysische activiteit [v]
- walk
mechanisch [v]
- run
water [v]
- run
- flow
vloeistof [v]
- stream
beweging [v]
- run
sport [v]
- run
FRANS
sport [n]
- course [f]
fysische activiteit [v]
- marcher
- aller à pied
mechanisch [v]
- fonctionner
water [v]
- couler
vloeistof [v]
- ruisseler
- couler à flots
beweging [v]
- courir
sport [v]
- courir
ITALIAANS
sport [n]
- corsa [f]
fysische activiteit [v]
- camminare
- andare a piedi
mechanisch [v]
- funzionare
water [v]
- correre
- scorrere
- fluire
vloeistof [v]
- uscire a fiotti
- grondare
- riversarsi
beweging [v]
- correre
sport [v]
- correre
SPAANS
sport [n]
- carrera [f]
fysische activiteit [v]
- caminar
- ir a pie
mechanisch [v]
- funcionar
water [v]
- correr
- fluir
vloeistof [v]
- brotar
- fluir
- correr
beweging [v]
- correr
sport [v]
- correr
ZWEEDS
sport [n]
- löpning [u]
fysische activiteit [v]
-
- promenera
mechanisch [v]
-
- vara i gång
water [v]
- rinna
- flyta
vloeistof [v]
- strömma
beweging [v]
- springa
- löpa
sport [v]
- löpa
PORTUGEES
sport [n]
- corrida [f]
fysische activiteit [v]
- andar
- caminhar
mechanisch [v]
- funcionar
- trabalhar
water [v]
- correr
- fluir
vloeistof [v]
- fluir
- escorrer
beweging [v]
- correr
sport [v]
- correr
THESAURUS
gaan [v]
- ijsberen
- kuieren
- schrijden
- slenteren
- voortbewegen
- wandelen
- zich begeven
deelnemen aan [v]
- volgen
vastlopen [v]
naderen [v]
rouleren [v]
bestaan [v]
- vertonen
hardlopen [v]
- hollen
- rennen
- snellen
stromen [v]
- vloeien
functioneren [v]
- werken
gaande zijn [v]
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- lopend
- gelopen
Presens
- loop
- loopt
- loopt
- lopen
- lopen
- lopen
Imperfect
- liep
- liep
- liep
- liepen
- liepen
- liepen
Toekomende tijd I
- zal lopen
- zult lopen
- zal lopen
- zullen lopen
- zullen lopen
- zullen lopen
Conditionalis I
- zou lopen
- zou lopen
- zou lopen
- zouden lopen
- zouden lopen
- zouden lopen
Perfectum
- heb gelopen
- hebt gelopen
- heeft gelopen
- hebben gelopen
- hebben gelopen
- hebben gelopen
Voltooid verleden tijd
- had gelopen
- had gelopen
- had gelopen
- hadden gelopen
- hadden gelopen
- hadden gelopen
Toekomende tijd II
- zal gelopen hebben
- zult gelopen hebben
- zal gelopen hebben
- zullen gelopen hebben
- zullen gelopen hebben
- zullen gelopen hebben
Conditionalis II
- zou hebben gelopen
- zou hebben gelopen
- zou hebben gelopen
- zouden hebben gelopen
- zouden hebben gelopen
- zouden hebben gelopen
Imperatief
- -
- loop
- -
- -
- loopt
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries