Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
algemeen [n]
- Eigenbau [m]
ENGELS
algemeen [n]
- do-it-yourself
FRANS
algemeen [n]
- bricolage [m]
ITALIAANS
SPAANS
algemeen [n]
- bricolaje [m]
ZWEEDS
algemeen [n]
- hobbyarbete [n]
PORTUGEES
algemeen [n]
- faça-você-mesmo [m]
THESAURUS
peuteren [v]
- friemelen
- morrelen
prutsen [v]
- pielen
- priegelen
fröbelen [v]
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- knutselend
- geknutseld
Presens
- knutsel
- knutselt
- knutselt
- knutselen
- knutselen
- knutselen
Imperfect
- knutselde
- knutselde
- knutselde
- knutselden
- knutselden
- knutselden
Toekomende tijd I
- zal knutselen
- zult knutselen
- zal knutselen
- zullen knutselen
- zullen knutselen
- zullen knutselen
Conditionalis I
- zou knutselen
- zou knutselen
- zou knutselen
- zouden knutselen
- zouden knutselen
- zouden knutselen
Perfectum
- heb geknutseld
- hebt geknutseld
- heeft geknutseld
- hebben geknutseld
- hebben geknutseld
- hebben geknutseld
Voltooid verleden tijd
- had geknutseld
- had geknutseld
- had geknutseld
- hadden geknutseld
- hadden geknutseld
- hadden geknutseld
Toekomende tijd II
- zal geknutseld hebben
- zult geknutseld hebben
- zal geknutseld hebben
- zullen geknutseld hebben
- zullen geknutseld hebben
- zullen geknutseld hebben
Conditionalis II
- zou hebben geknutseld
- zou hebben geknutseld
- zou hebben geknutseld
- zouden hebben geknutseld
- zouden hebben geknutseld
- zouden hebben geknutseld
Imperatief
- -
- knutsel
- -
- -
- knutselt
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries