Download Free PDF- Traveldictionaries

- usable on android, iphone, smartphone, pc, apple, linux, tablet, usb ...

DUITS
ENGELS
vuil [v]
- daub
- smear
FRANS
ITALIAANS
SPAANS
ZWEEDS
vuil [v]
- bestryka
- smörja
- smeta
PORTUGEES
vuil [v]
- lambuzar
- besuntar
THESAURUS
beleggen [v]
- bedekken
- bekleden
bestrijken [v]
- bedekken
- insmeren
inwrijven [v]
- boenen
- wrijven
smeren [v]
- uitsmeren
bekladden [v]
- aantasten
- belasteren
- besmeuren
- bevlekken
- bevuilen
WERKWOORD
Tegenwoordig en verleden deelwoord
- besmerend
- besmeerd
Presens
- besmeer
- besmeert
- besmeert
- besmeren
- besmeren
- besmeren
Imperfect
- besmeerde
- besmeerde
- besmeerde
- besmeerden
- besmeerden
- besmeerden
Toekomende tijd I
- zal besmeren
- zult besmeren
- zal besmeren
- zullen besmeren
- zullen besmeren
- zullen besmeren
Conditionalis I
- zou besmeren
- zou besmeren
- zou besmeren
- zouden besmeren
- zouden besmeren
- zouden besmeren
Perfectum
- heb besmeerd
- hebt besmeerd
- heeft besmeerd
- hebben besmeerd
- hebben besmeerd
- hebben besmeerd
Voltooid verleden tijd
- had besmeerd
- had besmeerd
- had besmeerd
- hadden besmeerd
- hadden besmeerd
- hadden besmeerd
Toekomende tijd II
- zal besmeerd hebben
- zult besmeerd hebben
- zal besmeerd hebben
- zullen besmeerd hebben
- zullen besmeerd hebben
- zullen besmeerd hebben
Conditionalis II
- zou hebben besmeerd
- zou hebben besmeerd
- zou hebben besmeerd
- zouden hebben besmeerd
- zouden hebben besmeerd
- zouden hebben besmeerd
Imperatief
- -
- besmeer
- -
- -
- besmeert
- -
Impressum          Home           Multilingual Databases             PDF-Dictionaries